dinsdag 1 november 2011

review boek Africa since 1940 by frederick Cooper (dutch)

             ‘’ Independence, development, and crises of the gatekeeper state ’’


Cooper, Fred, Africa since 1940: The past of the present, Cambridge, 2002.
Cooper, Fred, Africa since 1940: The past of the present, Cambridge, 2002. Cambridge, 1e editie, 2002).

Frederick Cooper wil laten zien dat de crisissen van de onafhankelijke Afrikaanse staten niet lag aan de nieuwe Afrikaanse leiders. De nieuwe staten hadden velen beperkingen door het koloniale verleden. Door deze sociale en economische beperkingen en de economische stagnatie op de wereldmarkt konden vele Afrikaanse leiders niet anders dan ‘’poortwachten’’ beheersen van de poort naar de wereld economie en verdelen van rijkdommen aan hun volgers en klanten om aan de macht te blijven.
Frederick Cooper laat per regio zien dat de Afrikaanse leiders gericht waren op economische en sociale hervormingen. (blz 156/157) Daarbij is Coopers beschrijving van vele Afrikaanse leiders verassend positief. Hij wil hiermee aan tonen dat dit mannen waren met de goede wil, maar weinig middelen. En dat het te makkelijk was om hun handelingen te bestempelen als corruptie. Een voorbeeld hiervan is Kwame Nkrumah (Ghana)

Kwame Nkrumah was meer dan een politiek leider, hij was een profeet van de onafhankelijkheid, van het anti-imperialisme, van het Pan-Afrikanisme. Zijn veel geciteerde zin ''zoekt eerst het politieke koninkrijk' was niet alleen een oproep voor Ghanezen, maar een pleidooi voor leiders en gewone burgers aan de macht te gebruiken bij het transformeren gekoloniseerde samenleving in een dynamische en welvarende staten. Aan de macht gekomen als leider van de overheid bedrijven in 1951 en de premier van een onafhankelijk land in 1957, werd hij geconfronteerd met de sociale en economische gevolgen in de nieuwe onafhankelijke staat. Zijn regering was net als de koloniale overheerser, afhankelijk van cacao inkomsten. In zijn poging om de productie te verhogen kwam hij vaak in botsing cacaoboeren. Uit angst voor machtsverlies verbood hij alle regionale politieke partijen. Nadat de wereld prijs van cacao was gevallen daalde in 1965 de cacao productie met meer dan de helft, en verloor de Ghanese staat zijn belangrijkste bron van inkomsten. Nkrumah’s rivier dam project en aluminium verwerking industrie als bescherming tegen het ‘neokolonialisme’ zette in feite een groot deel van de Ghanese economie in de handen van zowel multinationals aluminium bedrijven, die de benodigde technologie hadden, en van de internationale financiële instellingen, die geld hadden. Zijn gestalte in het buitenland, als de pionier van de Afrikaanse onafhankelijkheid en als een woordvoerder tegen het imperialisme, was hoog, maar zijn meest principiële en vurige supporters thuis waren ontgoocheld. In 1961 brak een algemene staking uit onder leiding van spoorwegarbeiders. In 1966 kwamen er militaire staatsgrepen. De militairen zagen dat de overheid niet met oplossingen kon komen voor de problemen in Ghana. Ghana werd vanaf toen geregeerd door militaire regeringen in 1966-69, 1972-79 en 1981-92. (blz 161)
 Dat een andere staat zoals Zuid-Afrika geen poortwachter staat werden en wel economische groei had, ziet Frederick Cooper niet als een weerlegging van zijn stelling dat de oorzaak van de crisissen van de onafhankelijke Afrikaanse staten te vinden waren in Afrikaanse leiders maar in de sociale en economische beperkingen gevormd in het koloniale verleden. Cooper beschrijft de
  
Zuid-Afrika, met haar sociale ongelijkheden, had een draaiende kapitalistische industrialisering die de slopende aspecten van de poortwachter staat kon ontwijken. Er was in Zuid-Afrika sprake van een open politiek. Er was geen the-winner-take-all mentaliteit in de politiek. En ook was het moeilijk om in Zuid-Afrika instellingen te elimineren die garant stonden voor het open politieke systeem en rechtvaardige rechtspraak. Zuid- Afrika met haar racistische verleden en onderdrukking, laat zien dat haar economische systeem in de wereld markt overeind kon blijven. De regering in Zuid-Afrika had andere grote sociale struikelbrok, het racisme. Terwijl in de meeste Afrikaanse landen struikelde over het koloniale verleden en haar beperkingen.
gatekeepeer staat ook als systeem ontstaan uit een eigenaardige geschiedenis van de dekolonisatie. Een product van de wens van de Europese bevoegdheden om te werken met de Afrikaanse staten van beperkte omvang en invloed, van de eerste generatie van onafhankelijk leiderschap om de politieke apparaten die ze hadden opgebouwd in het einde van de koloniale jaren te consolideren.

thank you for reading, stay blessed!

Nikish Vita
Afrikaanse Geschiedenis: een overzicht (BA1G1750)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten